Regie: Herman Janssen
Spel: Sander Ambrosius, Jack van Liesdonk , Berna van Campen, Joke Kok , Inge Flamma, Gonnie Ente, Willem Kool , Thijs Bos, Susan Smink, Jannie Nijland, Rita Willemsen
speeldata:
25 maart 2006: Bargse Huus ’s Heerenberg
8 en 9 april: schouwburg Amphion, Doetinchem
22 april Parktheater Arnhem
In GOD geeft Woody Allen een bizarre reflectie van het menselijk leven in verschillende periodes en op verschillende locaties. De sprongen tussen de scènes komen niet voort uit een chronologische volgorde in het stuk maar zijn de logische/onlogische kronkels in de humorvolle geest van Allen. Het publiek neemt deel aan het stuk, maakt dat hen ook gefingeerde personages en is dan ALLES echt schijn of bestaat er een god die voor dit alles verantwoordelijk is, waardoor de mens, de toneelspeler zijn vingers er niet aan hoeft te branden? Uiteindelijk valt in het hilarische bizarre stuk het doek voor god en NIET voor het publiek.
Twee Grieken filosoferen over hun nieuwe stuk voor het Atheens theaterfestival, de schrijver Hepatitis heeft nog geen eind voor zijn stuk. Diabetes raadt hem aan het stuk achterstevoren te schrijven, maar dan heeft Hepatitis geen begin.. Is alles omkeerbaar? Woody Allen gaat er in zijn toneelstuk GOD mee aan de haal, schept verwarring zoals we van hem gewend zijn, pleegt gedurende het stuk een telefoontje met een van de hoofdrolspelers omdat hij zelf ook benieuwd is naar het eind. Het stuk gaat van de ene absurditeit over in de andere, verschillende tijdsbeelden lopen door elkaar heen, zijn de personages echt of verzonnen.
Wie kan een oplossing bieden? De jonge vrouw uit het publiek die de klassieke wereld binnenstapt? De postbode die een belangrijke boodschap heeft, of heeft de koningin DE vraag voorafgaand aan de boodschap?
En de boodschapper van slecht nieuws: is hem niet van oudsher een slecht lot beschoren?
Allen concludeert op eigen wijze dat we allen in een schijnwereld leven.